Menu

De Luister 10 van april

De hoogstgewaardeerde nieuwe albums in de klassieke muziek worden in elke editie van Luister bekroond met het predikaat 'Luister 10'. In dit artikel kunt u de recensies lezen van alle Luistertienen van april. Geniet tijdens het lezen direct van de nieuwe Luistertienen met de Luister 10-afspeellijst in Spotify:Bach

 J.S. BACH en zonen - Jean Rondeau e.a.

J.S. BACH en zonen

Dynastie (klavecimbelconcerten van J.S., W.F., C.Ph.E. en J.C. Bach)
Jean Rondeau (klavecimbel) e.a.
Erato 0190295888466 • DDD-76’
Niet slecht gekozen, de titel van deze cd: Dynastie. De naam Bach was in de zeventiende en achttiende eeuw in en rond Thüringen min of meer synoniem met het begrip ‘muzikant’: de grootvader, de vader, de ooms, de neven, de broers en de zoons van de grote Johann Sebastian waren allemaal gezegend met een uniek muzikaal talent. De 26-jarige Franse klavecinist Jean Rondeau (mooie naam voor een musicus) bewijst de Bach-dynastie hier eer met een programma van werken van Johann Sebastian en zijn zoons Wilhelm Friedemann (het Lamento in G groot uit diens Sonata, FK7 in een eigen arrangement voor de begeleiding), Johann Christian (een aan deze ‘Londense’ Bach toegeschreven Concert in f klein) en Carl Philipp Emanuel (het Concert in d klein, Wq 23). Van vader zelf speelt Rondeau de concerten BWV 1052 in d (met een pittig tempo in de allegro’s) en BWV 1056 in G (een stuk ingetogener). Hij wordt ondersteund door een klein ensemble van geestverwanten, onder wie de gereputeerde violiste Sophie Gent, en het resultaat is niet alleen voorbeeldig maar ook meeslepend. Het swingt, het stuwt, het sprankelt. De snellere delen zijn overdonderend, de langzamere zijn monumentaal, het lamento van Wilhelm Friedemann is hartverscheurend. De zoons tonen zich in deze stukken nauwelijks minder geniaal dan hun vader – je vraagt je wel af wat er met die wonderbaarlijke genen ná hun generatie is misgegaan.

René de Cocq

 Haydn - The London Haydn Quartet  

Haydn

Strijkkwartetten op. 54, 1-3; op. 55, 1-3
The London Haydn Quartet
Hyperion CDA68160 (2 cd’s) • DDD 2.33’

De zes Haydn-kwartetten opus 54 en opus 55 horen tot de minder gespeelde en opgenomen kwartetten van de meester. Ze hebben ook geen bijnamen die helpen om de werken te identificeren, alleen opus 55 nr. 2 heeft er een, ‘The Razor’, gebaseerd op een anekdote dat Haydn dit kwartet voor een scheermes zou hebben geruild met een Engelse uitgever. Dit zestal hoort bij het dozijn kwartetten dat Haydn schreef voor Johann Tost, violist in het orkest van prins Nicolaas Esterházy. Dat verklaart de briljante rol die de eerste viool in deze werken wordt toebedeeld. Luister naar het Adagio ma non troppo van het Kwartet in Bes, opus 55 nr. 3. Dat typeert alle kwaliteiten van het spel op ‘tijdeigen’ instrumenten van het London Haydn Quartet: spatzuivere intonatie, stralend heldere klank, samenspel alsof het één instrument is. Met uiterste concentratie wordt het traag gaande tempo vastgehouden. Het is maar een voorbeeld, alle langzame delen krijgen die intense aandacht. Zoals ook alle snelle delen bruisen van speelsheid en levenslust. Al even indrukwekkend is de opbouw van de klank, bijvoorbeeld in het Allegro van het Kwartet in A groot, opus 55 nr. 1. Bijzonder in Haydns oeuvre is de quasi-improvisatorische Hongaarse zigeunermelodie in het Adagio van opus 54 nr. 2. Dit is inmiddels de zesde cd in de met lof overladen Haydn-reeks van het London Haydn Quartet.

Hans Quant

 MAHLER - Bernard Haitink   

Mahler

Symfonie nr. 3
Gerhild Romberger (mezzosopraan), Augsburger Domsingknaben, Frauenchor und Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks o.l.v. Bernard Haitink
BR Klassik 900149 (2) • DDD-101’
Bernard Haitink en Gustav Mahler. Het is inmiddels een biografie in klank. In de opname uit de jaren 1960 met het Concertgebouworkest zocht de jonge Haitink haast tastend zijn weg. Het is die aarzeling, dat stokken van de voortgang die zijn registratie van Mahlers Derde symfonie zo breekbaar maakte. In een veel latere opname met het Chicago Symphony Orchestra maakte die aarzeling plaats voor de zekerheid van de gevierde dirigent, van een man van de wereld die weet wat er te koop is. Onmiskenbaar Haitink, maar de breekbaarheid miste. Op zijn jongste registratie van Mahlers omvangrijke meesterwerk, vorig jaar erg mooi en gedetailleerd live opgenomen met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, is die breekbaarheid helemaal terug. Alsof de bijna 88-jarige dirigent de broosheid van de ouderdom hoorbaar wil maken. Het verschil met zijn vroegste opname is daarbij vooral dat het nu geen aarzeling, geen onmacht is maar een keuze, een macht. Haitink durft het tempo stil te leggen, durft het eerste deel haast schoorvoetend op te bouwen en zo Mahlers innerlijke roerselen werkelijk een stem en een tempo te geven. Nu heeft de dirigent met het Beierse gezelschap een orkest dat hem blindelings volgt en vertrouwt en ook de capaciteiten heeft om stil te staan en de draad weer op te pakken zonder de spanningsboog geweld aan te doen. En met mezzosopraan Gerhild Romberger, de Augsburger Domsingknaben en het Beierse vrouwenkoor is ook het vocale aandeel nagenoeg optimaal. Een vintage Haitink.

Paul Janssen

 MOZART, LIGETI, BACH - Labyrinth - Dudok Kwartet  

Mozart, Ligeti, Bach

Labyrinth
Dudok Kwartet
Resonus RES 10180 • DDD-55’
Het Tweede strijkkwartet van György Ligeti was ongetwijfeld het uitgangspunt voor de tweede cd van het Amsterdamse Dudok Kwartet. Met verbluffende precisie creëren de vier strijkers een wonderlijke klankwereld met kwetterende staartmeesjes, lekkende kranen en wrede dissonanten. Heel knap hoe de muziek binnen een fractie van een seconde verschiet van concreet ritmisch naar onderhuidse spanning in lange lijnen. Alsof je ook als strijkkwartet circulair adem kunt halen. Het precisiebombardement van pizzicato’s in Come un meccanismo di precisione (deel 3) roept filmbeelden van honderden willekeurig tikkende metronomen die elkaars ritme opzoeken. In het Allegro con delicatezza (deel 5) gaat tussen het Philip Glass-achtige zoemen – waarin je niet zeker weet of je iets hoort, of dat je je verbeeldt dat je het hoort – af en toe een deurtje open naar een welluidend fragment of een fascinerend virtuoos unisono. Alsof je de uitgang uit het labyrint kunt zien. De keuze om deze minder gebruikelijke strijkersklanken vooraf te laten gaan door Mozart werkt heel goed. Met zorgvuldige articulatie en prettige fraseringen houdt het Dudok Kwartet zich probleemloos staande in vergelijking met de wereldtop. De fijne transparantie veegt geen nootje onder het vloerkleed. In het Andante cantabile hebben de loopjes van primarius Judith van Driel een prachtig terloopse lichtheid. Tot slot zijn familie en vrienden uitgenodigd om mee te spelen in een viertal muzikale vingeroefeningen van Bach: terug naar de bron met ultrakorte canons voor vier tot acht stemmen. De opname is niet te dicht op de huid, op deze cd hoor je geen gesnuif van individuele spelers. Een goede keuze, want bij Dudok staat het collectieve eindresultaat voorop. Voor iedereen die nooit een cd met louter Ligeti zou kopen: dit is de kans om je te laten verrassen!

Carine Alders

 Neukomm - Jean-Claude Malgoire  

Neukomm

Requiem à la mémoire de Louis XVI; Marche funèbre i miserere mei Deus
Clémence Tilquin (sopraan), Yasmina Favre (mezzosopraan), Robert Getchell (tenor), Alain Buet (bariton), Choeur de chambre de Namur, La Grande Écurie et la Chambre du Roy o.l.v. Jean-Claude Malgoire
Alpha Classics 966 • DDD-69’
Sigismund Neukomm (1778-1858) was waarschijnlijk de meest bereisde musicus van zijn tijd. Hij werd geboren in Oostenrijk, was kapelmeester in Sint-Petersburg en later bij het Portugese hof in ballingschap in Rio de Janeiro en hij woonde ook nog even in Afrika. Hij belandde in Parijs omdat hij om gezondheidsredenen afzag van een reis naar Noord-Amerika. Ondertussen was Neukomm in staat om ongeveer 2000 muziekwerken te componeren in allerlei genres, waaronder zo’n 50 missen. Al deze vruchten van een nijver componistenleven zijn volkomen vergeten, dus een opname van zijn Requiem uit 1813 is heel welkom. Het was eigenlijk opgedragen aan de nagedachtenis van Michael en Joseph Haydn, maar Neukomms broodheer Talleyrand gaf hem in 1815 de opdracht tot een Requiem voor Lodewijk XVI, die in 1793 geguillotineerd was. Hij trok dit werk uit de la, voegde een Offertorium toe, en klaar... En wat blijkt: deze muziek is verrassend goed. Neukomm componeerde een gedragen en imposant werk dat hier voortreffelijk wordt uitgevoerd. Ze hebben in Namen een heel goed kamerkoor, de solisten zijn zeer voor hun taak berekend, het orkest (koper!) staat als een huis, dirigent Malgoire heeft de zaak ferm in de hand en op de opname in de kapel van het Paleis van Versailles is ook al niks aan te merken. Een wereldpremière, die nieuwgierig maakt naar ander werk van deze lang verscholen toonvinder.

Gerard Scheltens

 Schumann - Jean-Philippe Collard  

Schumann

Fantasie in C, op. 17; Kreisleriana, op. 16
Jean-Philippe Collard (piano)
La Dolce Volta LDV 30 • DDD-64’
Het is met één kort fragment goed aan te tonen wat een fenomenaal Schumann-interpreet Jean-Philippe Collard is. De allerlaatste track van deze cd, Schnell und spielend het laatste deel van Kreisleriana. Hoor hoe Collard de speelse motiefjes in de rechterhand een extra dosis speelsheid mee geeft met subtiel tegenspel van de linkerhand. Ritmisch vrij en speels-humoristisch met prachtig sonoor aangezette bastonen. Het karakteristieke van Schumanns fantasierijke ingevingen weet Collard in dit programma overal zo goed te treffen. De ongebreidelde romantische oprispingen in het eerste deel van de Fantasie, de bruisende energie van het tweede deel en de innigheid van het lied-achtige slotdeel, het dwingt tot ademloos luisteren. De contrastrijke achtdelige Kreisleriana is al net zo meeslepend. De langzame delen doen je adem inhouden, de snelle delen zijn van verbluffende virtuositeit. Jean-Philippe Collard die Schumann speelt hoort in het top-rijtje: Perrahia-Richter-Argerich-Pollini.

Hans Quant

 Discovering the Piano - Linda Nicholson

Diversen

Discovering the Piano (muziek voor pianoforte van Giustini, Paradisi, Domenico, Händel, Benedetto, Scarlatti, Alberti en Soler)
Linda Nicholson (fortepiano)
passacaille 1024 • DDD-71’
Een van de succesvolste pioniers op het gebied van de ontwikkeling van de piano was de Italiaan Bartolomeo Cristofori (1655-1731) wiens instrumenten in 1726 al bijna alle eigenschappen hadden van de moderne piano. Het enige dat nog ontbrak was het stalen frame, echt fortissimo spelen was dan ook nog niet mogelijk. Cristofori noemde zijn uitvinding ‘een klavecimbel dat hard en zacht kan spelen’, de pianoforte dus. Op deze cd bespeelt Linda Nicholson een kopie van een instrument uit 1730, van de hand van Denzil Wraight. Weinig mensen realiseren zich dat dit instrument er in de tijd van Bach en Händel al was. Wat betekent dat een deel van de muziek voor toetsinstrument wellicht al zal zijn geschreven met de mogelijkheden van de pianoforte in het achterhoofd van deze belangrijke representanten van de barokmuziek. Het is een waardevolle cd. Wat een mooi, welluidend instrument, wat een sprankelende muziek en wat een helder spel! Nicholson doet de open klank van deze fortepiano alle recht. Uiterst charmant en innemend is de houtklank, boeiend en verrassend de mogelijkheden die het heeft binnen de relatieve beperkingen van die tijd. De twee klassieke sonates van Soler, de barokke suite van Händel, de rijkversierde Sonata van Giustini..., prachtig materiaal is het dat ‘gehamerd’ vele maten interessanter klinkt dan ‘getokkeld’. Linda Nicholson speelt levendig, virtuoos, met vaart en vooral met veel plezier.

Marjolijn Sengers

 Rostropovich Encores - Alban Gerhardt, Markus Becker

Diversen

Rostropovich Encores
Alban Gerhardt (cello), Markus Becker (piano)
Hyperion CDA68136 • DDD-70’
Menig cellist rekent Casals en Rostropovich tot zijn muzikale helden, maar niet iedereen wijdt er een aparte cd aan. Alban Gerhardt doet dat wel. Hij tekende al eens voor een schijfje met Casals Encores, nu is het de beurt aan Rostropovich. Overigens is encores hier een onvolledige benaming: de legendarische Russische cellist paste deze stukken vaak in in zijn reguliere programma’s, want, zo vond hij, er is niets mis mee om het publiek zo af en toe eens te plezieren met muziek die simpelweg mooi en toegankelijk is. Alban Gerhardt toont zich een indrukwekkend pleitbezorger. Meteen al bij de opening – een Humoresque van Rostropovich zelf, een van de weinige overgeleverde originele stukken van de meester – overrompelt hij met kraakhelder virtuoos spel, loepzuiver, licht en expressief. Dezelfde karakteristieken, misschien zelfs nóg aansprekender, noteren we in Poppers duizelingwekkende Elfentanz. Maar ook als er gezongen moet worden overtuigt Gerhardt ruimschoots: Rachmaninoffs overbekende Vocalise baadt in een soepele, beeldende verteltrant, in een natuurlijke dialoog met de piano. Juist het onnadrukkelijke trekt de aandacht. Aanstekelijk en karaktervol is ook zijn interpretatie van Prokofjevs Mars uit diens Liefde tot de drie sinaasappelen. Dit is geen mopjes-cd. Dit is een smaakvol eerbetoon met klasse-vertolkingen.

Maurice Wiche

 Vocalise - Albrecht Mayer

Diversen

Vocalise (een verzameling van favoriete opnames van Albrecht Mayer)
Albrecht Mayer (hobo), Jakub Haufa (viool), Monika Razynska (klavecimbel), Markus Becker (piano), Academy of St Martin in the Fields o.l.v. Mathias Mönius e.a.
Deutsche Grammophon 02894796843 • DDD-68’
Vocalise. Deze titel roept meteen associaties op met vocale muziek. En dat is ook precies waarom hoboïst Albrecht Mayer ervoor koos zijn nieuwe cd, met daarop een verzameling van zijn favoriete opnames, zo te noemen. Met deze fantastische cd wil hij de luisteraar overtuigen van de lyrische zangkwaliteiten van de hobo. In één woord: prachtig! De cd bevat een divers programma, afkomstig van al Mayers recente cd’s en met muziek uit veel verschillende perioden. Door af te wijken van het standaard hoborepertoire en in plaats daarvan onder meer Ravels Pavane pour une infante défunte en Vivaldi’s Winter te spelen laat Mayer zien dat hij, naast het feit dat hij een goede hoboïst is, ook over een grote creativiteit beschikt. Alle tracks zijn stuk voor stuk de moeite waard. Zo werpt de bewerking van Abends will ich schlafen gehn uit Humperdincks Hänsel und Gretel’ voor hobo en het vocale ensemble The King’s Singers een magisch nieuw licht op de bekende aria. En zorgt de bewerking van Händels Sarabande voor hobotrio voor kippenvel. Ondanks het ontbreken van woorden bevat deze cd alleen maar mooie liederen die het verdienen om gehoord te worden!

Ella Botter