Menu Sluiten
Niet los van Ludwig

Blog 2: Niet los van Ludwig

Klaus Mann staat in mijn boekenkast in de schaduw van zijn veel beroemdere vader, Thomas Mann. Ik heb namelijk maar één boek van hem, de novelle Het getraliede venster uit 1937, over de laatste uren van Ludwig II van Beieren. Net als Klaus Mann heb ik een fascinatie voor de Sprookjeskoning, de zevenvoudig gezalfde vorst van middernacht, wiens spreuk Een eeuwig raadsel wil ik blijven, voor mezelf en voor anderen behoort tot de meest intrigerende die ik ken.

Ludwig II van Beieren (1845-1886) was de laatste grote dromer. Tragisch geboren in de verkeerde tijd, totaal niet in de wieg gelegd voor het koningschap, in constante strijd met zijn homoseksualiteit. Verdoemd tot de eenzaamheid en ondergang. Wee mij: verloren.

Ludwig werd koning in 1864, op negentienjarige leeftijd. Al snel kwamen zijn bouwdrift, neiging tot afzondering en onberekenbaarheid aan de oppervlakte. Hij zag zichzelf als het evenbeeld van de Zonnekoning, zijn naamgenoot Lodewijk XIV, en liet bizarre barok- en rococokastelen verrijzen in de Beierse Alpen, als monumenten voor zijn almacht. In die kastelen doolde hij ’s nachts alleen rond, steeds verder verloren en verdwaald in zijn eigen troebele ziel.

Wagner was zijn vriend, zijn meester zelfs

Liefhebbers van klassieke muziek kennen Ludwig II van Beieren waarschijnlijk als de mecenas van Richard Wagner. Als Ludwig de schatkist niet plunderde voor zijn droomkastelen, dan gaf hij het belastinggeld aan de noodlijdende componist. Wagner was zijn vriend, zijn meester zelfs, maar uiteindelijk werd hij ook door hem verraden. Althans, zo voelde dat voor de getourmenteerde monarch, die niet over deze krenking heen kwam.

De voormalige paria Wagner stierf als een vorst in Venetië, alom geroemd en bewierookt. De vorst op zijn beurt stierf als een paria. Hij werd gek verklaard, afgezet, gearresteerd en opgesloten. Op eerste pinksterdag 1886, dertig uur na zijn arrestatie, verdronk de Sprookjeskoning zichzelf in het zwarte water van de Starnberger See. Verdrinken, verzinken, onbewust, hoogste lust. Zo luiden de slotwoorden van Isoldes Liebestod van Wagner.

Klaus Mann kwam maar niet los van Ludwig. Als zoon van een ijskoude vader, als homo, als verslaafde en als romanticus met een diepgewortelde doodswens herkende hij zichzelf in de vorst. Ludwigs lot werd zijn lot. In 1949 beroofde Mann zichzelf van het leven. Hij werd 42 jaar.

Ook acteur Helmut Berger werd door de geest van Ludwig tot krankzinnigheid gedreven. Hij speelde de Beierse koning in Visconti’s Ludwig (1972) en later nog in Ludwig 1881 (1993) van de Zwitserse regisseursbroers Dubini. Berger kreeg het vervloekte personage niet van zich afgeschud. Seksschandalen, excessiviteit, decadentie en waanzin kleefden evenzeer aan Ludwig als aan de Oostenrijkse lastpost.

De nacht symboliseert het eeuwige

Romy Schneider, die de rol van Ludwigs nicht en geestverwant Elisabeth (juist, Sissi) in het meesterwerk van Luchino Visconti vertolkte, verloor eerst haar zoon – hij werd op het tuinhek gespietst – en pleegde daarna zelfmoord. De echte Elisabeth werd in 1898 doodgestoken door een Italiaanse anarchist.

Nu ik dit stukje schrijf, moet ik denken aan die keer dat ik met twee studiegenoten aan Ludwigs kinderledikant stond, in Slot Nymphenburg in München, nog wit van het weizen van de avond ervoor. Daar was het sprookje begonnen dat voor velen in een nachtmerrie ontaardde.

Ik pak Het getraliede venster uit de boekenkast en een album met hoogtepunten uit Wagners opera’s uit het cd-rek. Het is al laat. De dag symboliseert het aardse, de nacht het eeuwige. Ook ik kom niet los van Ludwig.

Facebook
Twitter

Laatste artikelen