CD 30_722

Recensie KALLIWODA – Orchesterwerke

KALLIWODA
Orchesterwerke
Concertino nr. 1 in E, op. 15 voor viool en orkest, Symfonie nr. 1 in f, op. 7, Introduktion und Variationen in Bes, op. 128 voor klarinet en orkest Daniel Sepec (viool), Pierre-André Taillard (klarinet), Hofkampelle Stuttgart o.l.v. Frieder Bernius
Carus 83.289 • DDD-57’
Waardering: 7
Luister 722 – Maart 2017

Stilistisch ergens tussen Mozart en Schubert is de Eerste symfonie te plaatsen van Johann Wenzel Kalliwoda (1801-1866), de Tsjechisch-Duitse componist die ook bekend staat als Jan Kˇrtitel Václav Kalivoda. Het is een aangenaam werk dat in zijn tijd heel gunstig ontvangen werd en dat in onze tijd valt in de categorie ‘aardig voor een keertje’. Het menuet in plaats van een scherzo moet bij de première in 1825 (een jaar na die van Beethovens Negende) een beetje ouderwets gevonden zijn, maar het is juist het thema van dit menuet dat later prominent opduikt in het scherzo van Schumanns Vierde symfonie. Omdat Schumann het werk van Kalliwoda kende en waardeerde kan de overeenkomst niet toevallig zijn. Het Vioolconcertino uit 1829 (drie delen aan een stuk) ademt dezelfde sfeer, mooi, dankbaar voor de viool geschreven, maar een beetje braaf. Toen Kalliwoda vijftien later Introduktion und Variationen voor klarinet componeerde, had hij duidelijk een ontwikkeling doorgemaakt naar een volbloed romantische stijl, waar de klarinet virtuoos doorheen buitelt. Op dat instrument is Pierre-André Taillard een meester. Voor de rest vind ik de uitvoeringen een beetje zoals de muziek: mooi, niets mis mee, maar wel een beetje braaf.
Gerard Scheltens

Wilt u meer recensies lezen, dus óók de recensies van albums die het afgelopen halfjaar verschenen? Sluit dan hier een abonnement af en krijg automatisch toegang tot honderden andere recensies én voorgaande edities van Luister.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laatste artikelen