CHARPENTIER

Recensie CHARPENTIER – La Descente d’Orphée aux enfers

CHARPENTIER
La Descente d’Orphée aux enfers
Cyril Auvity (Orphée), Céline Scheen (Eurydice), Etienne Bazola (Pluton) e.a., Ensemble Desmarest o.l.v. Ronan Khalil
Glossa GCD 923602 • DDD-61’
Waardering: 9

Het verhaal van Orpheus die na zijn bezwerende zang tot de geesten zijn gestorven Eurydice uit de onderwereld mag terughalen mits hij zich niet naar haar omdraait, is bij Marc-Antoine Charpentier (1643-1704) allang gestopt als hij dat toch doet. Het derde bedrijf met de fatale ontknoping ontbreekt. Onvoltooid? Verloren gegaan? We weten het niet. Het is tantaliserend dat we Orpheus’ tragische val en Eurydices definitieve neerdaling in de onderwereld moeten missen, want het voorafgaande is muzikaal nogal de moeite waard. Niet eerder, bij William Christie (Les Arts Florissants) noch bij Sébastien Daucé (Ensemble Correspondances), hoorde ik zoveel kleur, energie en beeldende dramatiek als bij de tien musici van Ensemble Desmarest. Of trommels en barok­gitaren hier echt thuishoren wordt betwist, maar ze verrijken de articulatie, net als klavecimbel (bespeeld door Ronan Khalil zelf) en teorbe. Fluiten worden solo ingezet, contrasten worden verlevendigd, het snarenspel is delicaat en vol finesse. Ook vocaal staat deze uitvoering op hoog peil door het soepele hoge stemgeluid van Cyril Auvity (Orpheus) dat een breed scala van emoties bestrijkt. Ook Céline Scheen (Eurydice) en Etienne Bazola (Pluto) zijn niet bang voor een flinke scheut dramatische expressie en daardoor spreken ze mij meer aan dan de bescheidener zangers van de andere opnamen. Voor mij stelt het Ensemble Desmarest nu de norm.
Gerard Scheltens

Wilt u meer recensies lezen? Sluit dan hier een abonnement af en krijg automatisch toegang tot honderden andere recensies én voorgaande edities van Luister.

Facebook
Twitter

Laatste artikelen