Een feministische kijk op klassieke muziek - Luister magazine over klassieke muziek
Beeld: Wikimedia Commons

Een feministische kijk op klassieke muziek

De feministische muziekwetenschapper Susan McClary gelooft dat de traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen is doorgesijpeld in alle aspecten van de westerse cultuur, dus ook de klassieke muziek. In haar controversiële boek Feminine Endings (1991) laat ze zien hoe stereotypes van mannelijkheid en vrouwelijkheid doorklinken in de muziek van grootheden zoals Monteverdi, Beethoven en Strauss.

Lamento della Ninfa

De vroegbarokke madrigaal Lamento della Ninfa van Claudio Monteverdi vormt een heldere illustratie van McClary’s theorie. Het muziekstuk opent met de noot C, gezongen door drie mannelijke tenoren, die in hun zang voortdurend naar die C, de grondtoon, terugkeren. Hun zang is monotoon, kalm en ordelijk: ze zijn drie mannelijke buitenstaanders die nuchter het verhaal vertellen van een hysterische nimf met liefdesverdriet, die ’s nachts met een bleek gezicht ronddwaalt en bloemen, het symbool van deugdzame vrouwelijkheid, vertrapt. (In deze videoclip wordt de gekte van het meisje verbeeld doordat ze in een dwangbuis in een ziekenhuisbed wordt gestopt door mannelijke verpleegkundigen in witte jassen.)

Na hun introductie van anderhalve minuut komt de nimf zelf aan het woord, hoewel ze nog steeds wordt begeleid door de vertellende mannen, die commentaren zoals ‘dicea’ (‘zo sprak ze’) en ‘miserella’ (‘arm meisje’) aan haar dramatische, verlangende kreten toevoegen. Tot slot nemen de drie mannen de zang weer van haar over, en keren – zoals het tonale muziek betaamt – concluderend terug naar de grondtoon.

Het moge duidelijk zijn: de mannen in deze madrigaal zijn redelijk, de vrouw is een hysterica. Haar ongeordende, grillige zang heeft de omlijsting van de rationele, in de hoofdtoonsoort zingende mannen nodig om het muziekstuk tot een afgerond geheel te maken. Volgens McClary is dit principe van mannelijke omlijsting ook in de meeste opera’s werkzaam, van Donizetti’s Lucia di Lammermoor en Bizets Carmen tot Strauss’ Salomé en Elektra. Carmen en Salomé zijn zelfs zó hysterisch en losgeslagen dat de mannelijke hoofdpersoon haar moet doden om de muziek terug te laten keren naar de hoofdtoonsoort en de opera ‘veilig’ met de grondtoon af te kunnen sluiten.

Feministische kijk op Eroica

Beethoven heeft het imago een bijzonder viriele componist te zijn. Dat is vooral terug te horen in bombastische symfonieën zoals de Eroica, opgedragen aan Napoleon Bonaparte. McClary wijst erop dat het in de achttiende en negentiende eeuw gebruikelijk was om het openingsthema van een symfonie of sonate ‘mannelijk’ en het daarvan afgeleide, lyrische tweede thema ‘vrouwelijk’ te noemen. In Eroica is het pompeuze, mannelijke openingsthema, dat in de hoofdtoonsoort staat, duidelijk dominant ten opzichte van het tedere vrouwelijke motief dat vanaf minuut 1:09 inzet en de vorm heeft van een neerwaartse beweging van drieklanken. Al in minuut 1:21, slechts twaalf seconden later, wordt dat vrouwelijke drieklanksmotief door het mannelijke thema ingelijfd en van een fragiel mineur naar een triomfantelijk majeur getransponeerd. Iets soortgelijks hoor je ook heel duidelijk in minuut 9:57, waar het vrouwelijke thema van de voorgaande maten in een vermannelijkte versie klinkt, extreem luid en zelfverzekerd. Het vrouwelijke krijgt nauwelijks de ruimte om zich te ontplooien, maar wordt voortdurend opgenomen in de mannelijke hoofdstroom. Volgens McClary vormt de muziek van Beethoven daarmee een bevestiging van bestaande stereotypen van mannelijke overheersing en vrouwelijke ondergeschiktheid.

Schuberts laatste pianosonate

Van de klassieke componisten is Schubert degene die het vrouwelijke de meeste ruimte geeft, aldus McClary. In Schuberts laatste pianosonate (D.960) bijvoorbeeld, waarin er van een mannelijke omlijsting nauwelijks sprake is, krijgt de vrouwelijke lyriek vrij spel, en de erupties die soms in de muziek opwellen en geleidelijk weer wegebben doen denken aan het vrouwelijke libido, dat minder lineair en doelgericht is dan dat van een man. Op de voorkant van Khatia Buniatishvili’s recent verschenen Schubert-album prijkt een foto van haarzelf als een Ophelia in het water. Maar deze Ophelia is niet dood en wordt niet willoos meegespoeld door de grote, mannelijke rivier. Nee, ze is een symbool van vrouwelijke kracht geworden, van creativiteit die stroomt als water en geen hiërarchie meer kent, alleen erupties van levenslust en vreugde.

Myrthe Meester schrijft de serie Luisterrijk voor het magazine Luister en biedt daarnaast bij iedere editie luistervoorbeelden aan. Voor Luister 744 schreef ze het stuk ‘Vrouwen in de spotlights’, met daarin de belangrijkste feministische vragen en inzichten over klassieke muziek. Dit online artikel is er een aanvulling op. Het magazine ligt nog tot en met 16 januari 2020 in de winkel.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laatste artikelen