CD 77_716

Recensie DIVERSEN – The Virtuoso Ophicleide

DIVERSEN
The Virtuoso Ophicleide (muziek van o.m. Demersseman, Caussinus, Glinka, Kummer, Klosé en Corbin)
Trio Aenea, m.m.v. Corentin Morvan en Oscar Abella Martín (ophicleïde), Jean-Ives Guéry (gregoriaanse zang)
Ricercar RIC362 • DDD-61’
Waardering: 9
Luister 716 – Juni 2016

De klank van de ophicleïde laat zich het best omschrijven als een vrolijk mengsel van fagot en tuba. Zangeriger en wendbaarder dan zijn koperen familieleden, maar zonder hout- of rietgeluid. Als een tot leven gewekt prehistorisch dier dartelt de ophicleïde uit de luidsprekers. Even ben je verbaasd – wat ís dit? – maar dan verheug je je dat hij bestaat. De ophicleïde klinkt prachtig! Het instrument werd in 1817 ontwikkeld door de Franse instrumentbouwer Halary. Het heeft de vorm van een fagot (met kleppen), maar is gemaakt van messing en heeft een mondstuk ongeveer als dat van een trombone. Gedurende de 19e eeuw werd de ophicleïde gebruikt in orkesten (o.a. door Berlioz en Mendelssohn), in religieuze muziek, maar ook als solo-instrument. Daarna werd zijn plaats ingenomen door de luidere tuba. Trio Aenea (cornet, ophicleïde en (Erard-)piano) speelt een verrassende Glinka, Patrick Wibart blinkt uit in virtuoze fantasie- en variatiestukken met pianobegeleiding, maar helemaal bijzonder klinken de werken voor twee en drie ophicleïden. Een duet van ophicleïdevirtuoos Caussinus, een door Projean gezette Gregoriaanse melodie (drie ophicleïden en zang) en een wonderschoon Agnus Dei en O Salutaris van Duprez. Fantasievol spel. Rond van toon en loepzuiver. De ophicleïde is springlevend.
Machiel Swillens

Wilt u meer recensies lezen, dus óók de recensies van albums die het afgelopen halfjaar verschenen? Sluit dan hier een abonnement af en krijg automatisch toegang tot honderden andere recensies én voorgaande edities van Luister.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laatste artikelen