Tiende blog van Liefde in tijden van corona

Blog 10: Ballingschap in de binnentuin

Ik schrijf deze blog buiten, zittend aan een picknicktafel in de zonnige binnentuin van ons flatgebouw. Aan een andere tafel zijn twee vriendinnen met een fles huismerkrosé in de weer. Verderop schalt trancemuziek uit de boombox van een gespierde sportschooljongen. Midden in de tuin speelt een meisje op skates met een vuilnisbakkenhond. Al met al een dolle boel dus. Maar laat dat nu precies zijn waar ik níet naar op zoek ben. Vandaag mag er geen vreugde uit de pen vloeien. Ik moet schrijven over Kieślowski. Pardon, Wieślowski? En waarom moet je dat zo nodig in de binnentuin doen, met je chagrijnige kop? Terechte vragen. Laat ik beginnen met de tweede. Noodgedwongen. Mijn vriendin is aan het videobellen met collega’s. Voilà, coronawoord nummer één: videobellen. Virtueel laxeren. Al lullend naar jezelf loeren. Dat is de reden van mijn ballingschap in de binnentuin. En ja, ik moet schrijven over de pessimistische Poolse filmroker en kettingregisseur Kieślowski, wiens sombere cinema schittert in wel meer dan vijftig tinten grijs. Wie enigszins bekend is met zijn werk, weet dat daarin de schaduw overheerst, niet de zon. Als je een fatsoenlijke ode aan zo’n man wilt schrijven, moet je dat dus binnen doen, met de gordijnen dicht, een glas wodka op tafel en een mistroostig muziekje aan. Niet tussen de blije gezichten in een zonnige binnentuin. Maar goed, het is niet anders. Ik moet er maar het beste van zien te maken.

De hedendaagse betekenis van de tien geboden

Krzysztof Kieślowski (1941-1996) wordt algemeen gezien als een van de beste Europese filmregisseurs aller tijden. Die status heeft hij grotendeels te danken aan zijn Dekalog-serie uit het einde van de jaren tachtig. In één jaar tijd maakte hij tien films. Tíén films, die ook nog eens variëren van goed tot steengoed. Stanley Kubrick, de legendarisch trage en perfectionistische regisseur van onder meer A Clockwork Orange en The Shining, was daar zó van ondersteboven dat er jarenlang niets meer uit zijn vingers kwam. Een groter compliment kun je Kieślowski eigenlijk niet geven. In de tien films, die zich allemaal afspelen in en rond de woonkazernes van een treurige wijk in Warschau, zoekt hij naar de hedendaagse betekenis van de tien geboden. De serie als geheel behoort zonder twijfel tot de grootste prestaties uit de filmgeschiedenis.

Allemaal leuk en aardig, maar waarom moet je juist nú over deze grauwe gans uit Polen schrijven? Vanwege het uitstel van de presidentsverkiezingen in dat land, waardoor regeringspartij PiS behoorlijk over de zeik is? Nee, omdat ik een paar dagen geleden La double vie de Véronique uit 1991 heb gezien, Kieślowski’s eerste film na de Dekalog-serie. Sindsdien kan ik aan weinig anders meer denken. Dat komt in de eerste plaats door de beeldschone actrice Irène Jacob. Zij speelt een dubbelrol als Véronique uit Parijs en Weronika uit Krakow. Beiden zijn op hetzelfde moment geboren, zien er identiek uit, lijden aan een hartafwijking en hebben een opmerkelijke sopraanstem. Ze weten niet van elkaars bestaan, maar voelen dat ze niet alleen zijn. Wat volgt is een intrigerende en intieme speurtocht naar identiteit.

La double vie de Véronique
De 25-jarige actrice Irène Jacob in Kieślowski’s La double vie de Véronique (1991)

Tijdens deze coronadagen leid ik een dubbelleven

La double vie de Véronique laat zich het beste omschrijven als Kieślowski’s liefdesbetuiging aan Jacob, die voor haar ingetogen spel de prijs voor beste actrice op het filmfestival van Cannes kreeg. De camera zit dicht op haar huid, bestudeert elke gezichtsuitdrukking en streelt haar lichaam. Een score vol prachtig dromerige en wanhopige spookmuziek van Zbigniew Preisner, de vaste componist van Kieślowski, begeleidt de grijsgroene beelden. Tamelijk aan het begin van de film vangt de Poolse Weronika een glimp op van de Franse Véronique, haar exacte evenbeeld. Tijdens deze coronadagen heb ik ook het gevoel dat ik een dubbelleven leid. Dat mijn oude ik van een afstand kijkt naar mijn ik in het nieuwe normaal. De vuilnisbakkenhond blaft. In één klap ben ik terug in de realiteit, in mijn ballingschap in de binnentuin.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laatste artikelen