Vijfde blog van Liefde in tijden van corona

Blog 5: Hallo muren

De meeste tijd lukt het me aardig om de thuis-tbs vanwege de Kung Flu lijdzaam te ondergaan, maar vandaag komen de muren op me af. Bij die uitdrukking moet ik altijd denken aan de jarenzestighit Hello Walls van Faron Young. “Hallo muren. Zeg eens, hoe was jullie dag? En hallo raam. Zo, ik zie dat jij er ook nog steeds bent.” Muren mogen dan oren hebben, makkelijke praters zijn het niet, dus bel ik een van mijn beste vrienden. Of hij zin heeft om een stuk te gaan wandelen.

Voor mensen met een jong gezin is het feest

Het lijkt alsof we met z’n allen in een duistere versie van Groundhog Day zijn beland, de klassieke komedie waarin een nurkse weerman telkens dezelfde dag beleeft. Opstaan, ontbijten, laptoppen, lunchen, laptoppen, avondeten, laptoppen, slapen. Iedere dag hetzelfde liedje. “Hallo muren. Hoe was jullie dag?” Laptoppen wordt zo vanzelf laptobben. Toch mag ik niet klagen en prijs ik mezelf gelukkig dat ik een vaste baan heb. En kinderloos ben. Voor mensen met een jong gezin is het in deze dystopische dagen al helemaal feest.

Mijn vriend staat voor de deur. Normaal gesproken volgt dan een warme omhelzing, maar nu kunnen we elkaar niet eens de hand schudden. In plaats daarvan staan we wat ongemakkelijk naar elkaar te knikken. Op zo’n moment realiseer je je pas echt hoe bizar deze situatie is. We lopen het stadscentrum uit, ieder aan één kant van het pad. Hoewel we elkaar twee weken geleden nog hebben gezien, voelt het als een leven geleden.

“Je mist ook een hoop als je geen kinderen hebt”, zegt mijn vriend, terwijl hij een foto van zijn dochtertje laat zien. Ik vind het altijd buitengewoon vertederend hoe hij over haar praat. In een park ploffen we neer op een bankje. Ook hier: anderhalve meter ertussen. Ik overhandig hem een plastic tas met cd’s. De Mariavespers van Monteverdi, Mozarts Requiem, de Vierde symfonie van Mahler en Cavalleria rusticana van Mascagni. Mooi spul. Hij op zijn beurt houdt een plastic tas voor mij open zodat ik er, zonder dat we elkaar aanraken, een blikje bier uit kan pakken. Dors staat op het blik. In gedachten zet ik er een t achter en neem een gulzige slok. Mooi spul.

Van het Intermezzo krijg ik vochtige ogen

Zo praten we nog een tijdje over zijn dochter, over onze vriendinnen, over het kinderboek waaraan hij de laatste hand legt en over muziek. Altijd over muziek. Hoezeer ik ook houd van Mozart en Wagner, Cavalleria rusticana blijft mijn favoriete opera. Het Intermezzo daaruit is misschien wel het mooiste muziekstuk dat ik ken. Hartverscheurend ontroerend. Het begint fluweelzacht, maar daarna zwaaien de hemelpoorten gracieus open. Zelfs als ik eraan denk, krijg ik vochtige ogen.

Een jongen met een baseballpet komt voorbij. Hij zit andersom op zijn fiets, met zijn kont op het stuur en zijn rug naar voren. Alsof hij op die manier uiting wil geven aan het gevoel dat iedereen heeft: we willen terug in de tijd, maar weten dat we erdoorheen moeten. Mijn vriend en ik kijken hem verbaasd na. “We moeten niet zo zeuren over die coronamaatregelen. In de zon met een blik bier valt het allemaal reuze mee”, zeg ik. “Zelfs al zitten we ons hele leven in deze situatie”, antwoordt hij, “dan nóg hebben we het stukken beter dan heel veel andere mensen in de wereld.”

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laatste artikelen