Merel Vercammen
Foto: Marco Borggreve

5 vragen aan violiste Merel Vercammen

Luister stelt vijf vragen aan violiste Merel Vercammen. Over de wetenschap, muzikale gesprekken en improvisaties. “De schoonheid zit juist in de imperfectie. Dat is wat muziek levendig maakt.”

Je hebt twee albums op je naam staan, waarvan één improvisatiealbum. Wat trekt jou zo aan in improviseren?

The Zoo, mijn tweede cd, bestaat inderdaad uit volledig vrije improvisaties vanuit het klassieke idioom. De stukken zijn opgenomen met acht duopartners, ieder met een eigen verhaal. We begonnen aan iedere take vanuit het niets en keken wat er zou ontstaan in het moment. Je kunt niks knippen in een improvisatie, want je speelt nooit twee keer hetzelfde. Het is dus echt een livealbum geworden. Ik geniet heel erg van die manier van werken. De schoonheid zit juist in de imperfectie. Dat is wat muziek levendig maakt. Tijdens het improviseren heb je muzikale gesprekken met de mensen waarmee je speelt. Iedere musici heeft weer andere muzikale bagage. Van pop tot jazz: alles wat je ooit gehoord of gespeeld hebt. Zo speelde ik bijvoorbeeld met sopraan Bernadeta Astari, zij is Indonesisch van oorsprong. Soms zingt ze tijdens haar improvisaties met een volksmuzieksounds, maar dan maakt ze ineens op virtuoze wijze een overgang naar de klassieke sound. Dat vind ik heel inspirerend.”

Een klein huiskamerconcert voor Luister-lezers van Merel Vercammen. Hier speelt ze ‘De Ooievaar’, een improvisatie. 

En dan je eerste cd, Symbiosis, met de Russische Dina Ivanova. Hadden jullie ook een muzikaal gesprek?

“Ja, zeker. Het klikte tussen ons vanaf het moment dat we voor het eerst samen muziek maakten. Dat was in de kleedkamer van TivoliVredenburg. Zij is een fantastisch pianiste. Nu gaat het samen spelen wat lastiger, omdat zij vastzit in Rusland. We hebben wel geprobeerd om via video’s samen te spelen, maar dat is muzikaal eenrichtingsverkeer. En juist tweerichtingsverkeer maakt kamermuziek zo interessant. Ik hoop dat ze snel weer naar Duitsland kan komen, waar ze studeert.”

Dat brengt me op het coronavirus. Hoe gaat het met jou?

“Ik heb me geen moment verveeld. Ik maak dagelijks wandelingen, dat deed ik eerst echt nooit. Ook spit ik boeken en bladmuziek door, op zoek naar interessant repertoire. Mijn hele perspectief is veranderd. Ik weet nog dat ik aan het begin van de coronacrisis enorm opzag tegen drie weken geen concerten kunnen spelen. Nu kijk ik terug en denk ik: ach, wat is nu drie weken? Langzamerhand komt het wel weer op gang. Ik heb al een aantal keer mogen spelen voor een beperkt publiek. Ik ben trouwens ook hard aan het werken aan de voorbereidingen voor mijn eigen festival.”

Je eigen festival? Vertel!

“Op 10 april 2021 organiseer ik Snaar. Een festival in TivoliVredenburg in Utrecht dat zich helemaal richt op muziek en de wetenschap. Ik ben in gesprek met natuurkundigen, professoren en wetenschappers. Die verbinding tussen muziek en de wetenschap vind ik erg interessant. Ik heb hier ook een master in gedaan. Het wordt een heel interactief festival. Zo komt er bijvoorbeeld een bak met ijs te staan waar bezoekers hun hand in kunnen stoppen. En dan gaan wij kijken of ze het langer kunnen volhouden als ze naar hun favoriete muziek luisteren.”

Er gaan nogal wat broodje aap-verhalen rond over de invloed van muziek op het brein. Zo zou je bijvoorbeeld slimmer kunnen worden van klassieke muziek. Wat vind je daarvan?

“Dat ligt een stuk genuanceerder. Er zijn veel onderzoeken gedaan, maar het is niet zo dat als je naar Mozart luistert, je beter gaat presteren. Al is dat wel een hardnekkige mythe, ook in de wetenschapswereld. Wat wél waar is, is dat je brein enorm flexibel is. Het is bijvoorbeeld zo dat als je van jongs af aan viool leert spelen, dit iets met je hersenen doet. Het gebied in het brein dat in verbinding staat met de vier vingers die je gebruikt om de snaren in te drukken, is een stuk groter dan bij mensen die geen viool spelen.”

 

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laatste artikelen