TARTINI

Recensie TARTINI – Cantabile e suonabile (Sonates XXV, II, XXVIII, XXXI, VIII, XXX)

TARTINI
Cantabile e suonabile (Sonates XXV, II, XXVIII, XXXI, VIII, XXX)
David Plantier (viool), Annabelle Luis (cello)
Agogique 020 • DDD-68’
Waardering: 10

Giuseppe Tartini (1692-1770) gold als een van de grootmeesters op de viool in zijn tijd. Hij schreef, analoog aan zijn tijdgenoten Bach en Telemann, ook een aantal sonates voor soloviool zonder begeleiding. De Frans-Zwitserse violist David Plantier vindt die stukken, los van zijn bewondering voor de genialiteit van Bach, eigenlijk het interessantst. Niet zozeer vanwege de technische uitdaging, die is hier wellicht wat minder dan in Bachs werk, maar door de opvallende melodische en emotionele kracht bij Tartini. Die is inderdaad van een hoge orde, en Plantier doet die op overtuigende wijze recht. In twee van die sonates heeft Tartini ook nog een relatief eenvoudig baslijntje aangegeven, eigenlijk niet nodig vanwege de dubbelgrepen in de vioolpartij waarmee het harmonieverloop al afdoende wordt gesuggereerd. Maar dit ‘restje’ basso continuo wordt hier wel gespeeld, door de celliste Annabelle Luis. In die sonates (II en VIII) is zodoende een mooi dieper laagje te horen. Hoogtepunt in het programma: de Siciliana in die Sonate II, met aangrijpende dissonanten.
René de Cocq

Wilt u meer recensies lezen? Sluit dan hier een abonnement af en krijg automatisch toegang tot honderden andere recensies én voorgaande edities van Luister.

Facebook
Twitter

Laatste artikelen